Helen Clay Frick, bitterzoete erfgename van New Yorks 19e-eeuwse tijdmachine.

Hoe kosmopolitisch Manhattan ook is, veel details verwijzen naar wat New Yorkers stiekem vinden: dat thuis Europa is. Zie de historiserende bouwstijlen aan de gevels en hoor hoe het Jiddisch, een Europees Duits-joods dialect, hier nog rond zoemt. New Yorkse symfonieorkesten spelen de oude meesters, de oude theaters in Europese stijl spelen Shakespeare en Strindberg. En het meest Europees van al is misschien wel de Frick Collection, een prestigieus museum aan de rand van Central Park. Lees deze spin-off 'Van het Pad' over Helen en haar verzameling.

Het gebouw ademt een volkomen negentiende-eeuwse sfeer. De opzet doet sterk denken aan Kopenhagens beroemde  Carlsberg Glyptothek; ook hier klassieke muziek, een subtropische binnentuin met klaterende fontein en een  chique koffiehuis.  Kroon op deze binnentuin is een gewelfde hemel met glas in lood ramen die gevat zijn in gietijzer, als bij een oude plantenkas.  Een geslaagde poging tot een  Gesamtkunstwerk , met dank aan de oprichter, staalbaron en mecenas Henry Frick(1849-1919) maar zeker ook dankzij  Helen Frick (1888-1984), 'dochter van'. 

Rembrandt

De meeste schilderijen, sculpturen en decoratieve kunstwerken staan hier nog precies zoals vader Frick het wilde. Rembrandt, Renoir en Vermeer bekronen dit waardevolle museum in de categorie ‘ogen tekort’.  En als je verzadigd bent, kun je bijkomen in de wintertuin. Hier tussen de boomvarens bij de fontein, waart op bedekte avonden misschien wel de schim rond van 'bitterzoete erfgename' Helen, een in haar jeugd haast  prerafaëlitische schoonheid. Op dit portret, 32 jaar oud, troont ze trots naast haar martiale vader. Een zekere charme behield ze tot op hoge leeftijd, dit intelligente rijkeluiskind. De oudere Helen zag er klein en breekbaar uit, maar ze was niet kapot te krijgen. Dat zowel natuur als cultuur waardevol erfgoed zijn, begreep zij al vroeg. In haar woonplaats Pittsburgh financierde zij de aanleg van parken en landgoederen, opdat stadse bleekneusjes er konden rondlopen.  Van haar vader moest ze de blits gaan maken op New Yorkse recepties, maar op dit punt kwam hij zijn overgeërfde ijzeren wil tegen: ze weigerde. Trouwen deed ze nooit en kinderen kreeg ze evenmin. Wel beleefde ze rond 1913 een romance met de chirurg Fordyce St.John, maar die eindigde misschien wel omdat haar broer hem vertelde dat vader zo'n huwelijk nooit zou toestaan. Vader zette zijn dochter onder zware druk om hem na te volgen in zijn kunstliefde en haar leven daarvan in dienst te stellen. Zij, altijd een 'daddy's girl' gebleven, gaf daar graag aan toe.

Onbuigzaam

Henry gold ook anderszins als onbuigzaam. Berucht werd hij, zelf arm geboren, toen hij gewapende beveiligers inhuurde tegen protesterende arbeiders. Zij molesteerden de stakers en er vielen zelfs doden. Frick werd erdoor gehaat en de spanningen liepen steeds verder op. Uiteindelijk werd hij slachtoffer van een moordaanslag in 1892, maar hij overleefde het met meer geluk dan wijsheid. Zijn dood kwam pas in 1919, door  een hartaanval, enkele weken voor zijn zeventigste verjaardag. Helen erfde zijn fortuin, maar dat kon de schaduw die over haar leven was gevallen niet helemaal verdrijven. Want vader was en bleef de held van haar leven. De rest van haar bestaan, dat lang voortging (ze werd 96!)  deed ze al het mogelijke om hem te eren en zijn postume roem te vergroten. Als steenrijke ‘weduwe’ breidde ze  de collectie uit over meerdere musea en instituten. Ook gaf ze veel aan goede doelen, net als haar vader overigens, die dat liever stil hield. Speciaal kinderen uit achtergestelde milieus hadden haar aandacht. Natuurlijk bleef ze bij al haar pogingen tot het goede, een feilbaar mens: Had je eenmaal een aanvaring met haar, dan kwam het niet meer goed; bijvoorbeeld over dat zij, zelf van Duitse afkomst, het tot in de jaren tachtig van de twintigste eeuw verbood dat Duitsers de door haar gestichte universiteitsbibliotheek van Pittsburg bezochten.

Moestuin

Haar hart en ziel liggen zozeer in dit museum, dat niemand gek mag opkijken als op donkere nachten, als het museum van de Frick Collection op Manhattan verlaten is, Helens geest hier tussen de zuilen en boomvarens doolt, of in de salons op de eerste verdieping, hun vroegere woning. Als oudere vrouw leefde ze teruggetrokken in een met mos overdekte cottage. Bezoekers vonden haar vaak in de moestuin, waar ze met eigen handen onkruid uittrok. Zonder man, zonder kinderen, met gedachten aan haar geliefde vader, maar ook vol liefde voor de bescheiden schepselen die haar omringden. Iedereen die het horen wilde, vertelde ze dan enthousiast over vogelgeluiden en plantensoorten. Gedenk haar bij je bezoek in deze aangenaam muffe expositieruimten.

 Bron grote foto: (Henry Frick en zijn daar 32-jarige dochter Helen) Jay Cross, Flickr.
 Bron kleine foto: (museumtuin The Frick Collection)  brownpau, Flickr ) 

Verder lezen: Helen Clay Frick, Bittersweet heiress, een portret van Helen Frick (Engelstalig) geschreven door Martha Frick Symington Sanger (haar achternicht), uitg. University of Pittsburgh Press, 2007

tuin frick brownpaujpg